Wie veel verdient, ontvangt daarna ook lang pensioen

Alman Metten* schreef in een column in het FD van 5 december dat door het verschil in levensverwachting de lage inkomens waarschijnlijk flink bijdragen aan de pensioenen van hoge inkomens. Er valt veel voor te zeggen om dit effect mee te nemen in pensioendiscussie die binnenkort gaat losbarsten.

Later met pensioen....

Hoe kunnen we een inkomensafhankelijke ingangsdatum invoeren? Stel: voor de werkgeverspensioenen geldt maatschappijbreed de volgende regel. Als je veel verdient en veel vermogen hebt ga je X jaar later met pensioen. De argumenten zijn i) je leeft langer. ii) je verdient goed, en iii) met een goede opleiding ga je later aan het werk dan met een vakopleiding. We regelen binnen ieder fonds overdracht van lage inkomens naar hoge inkomens volgens een algemeen model. Daardoor worden jonge mensen met een laag inkomen beter vertegenwoordigd in het stelsel. Een argument dat straks zeer belangrijk wordt.


... en ook later starten met de AOW?

Als we kijken naar de AOW zien we de andere kant. De AOW is een volksverzekering. Daardoor ontstaan argumenten om iedereen op dezelfde datum AOW te geven, ongeacht inkomen/vermogen. De belangrijkste reden is dat een steeds groter deel van de AOW direct uit belasting wordt betaald. Rijkere mensen betalen meer belasting en daardoor meer aan de AOW dan lage inkomens. Hoe meer mensen er langer AOW krijgen, hoe meer er uit belastingen geput wordt: de hoge inkomens krijgen terecht langer AOW. De mensen met minder loon hebben immers minder bijgedragen en leven korter dus daarom past het voor iedereen dezelfde ingangsdatum te hanteren.


Vrouwen leven langer

Vrouwen kunnen misschien later met pensioen omdat zij gemiddeld wel vier jaar ouder worden. Daarnaast is hun inkomen ten opzichte van mannen nog steeds ongeveer substantieel minder en zij dragen dus minder bij aan de AOW maar maken er wel veel 4 jaar langer gebruik van. Is dat in orde? Maar verdienen ze niet minder omdat ze veel zorgzamer zijn, en moeten ze niet eerder met pensioen omdat zij veel meer mantelzorg geven? Daarmee bespaart de staat op zorgkosten.


Pensioeningangsdatum gaat omhoog

Tenslotte speelt natuurlijk de vergrijzing een rol. Het AOW startschot wordt straks op 67 gegeven en daarna afhankelijk gemaakt van de levensverwachting. Waar het eindigt is zeer onduidelijk, we horen 68 tot 70 jaar. Dit open einde geeft Nederland meer de ruimte om de bovengenoemde relaties tussen levensverwachting en inkomen mee te nemen in een begrijpelijk en redelijk kader voor pensioensolidariteit.


Midden in het leven, complexe arbeidsrelaties

Pensioen komt bij iedereen in Nederland op een dag in zicht. Om daarin te kunnen meepraten moeten we ons eigenlijk voor pensioenen gaan interesseren. Dat geldt vooral mensen die midden in het leven staan. Zij onderschatten hoezeer hun toekomstige inkomen bepaald wordt door de discussie die we tussen 2015 en 2020 hierover gaan voeren. De zeer diverse biotoop van flexwerkers, mensen met pensioenbreuken, zelfstandiger ondernemers en part time werkende moeders moeten allemaal hun invloed hebben op de solidariteitsdiscussie onder collectieve pensioenen. Want dialoog is een belangrijke bouwsteen voor solidariteit.


Eenvoud

Tenslotte moeten we voorkomen dat we een implementatiegedrocht ontwikkelen, zoals mij terecht voorspeld werd op Twitter. De gewone CBS-cijfers (uit 2010 nota bene) die Alman Metten toepast in zijn  column zijn een goed feitelijk kader waardoor we standpunten financieel kunnen onderbouwen. De hamvraag is: hoe vinden we samen de juiste, eenvoudig te vatten regels voor solidariteit voor AOW en het tweede pijler pensioen en hoe komen we af van de ongeveer 16 soorten (soms ouderwetse) solidariteit** waarop het huidige stelsel is gebaseerd. Het lijkt me goed de bovenstaande cijfers in een model te stoppen en met de cijfers in de hand te bekijken of de bovenstaande invalshoeken tot gefundeerde keuze voor solidariteit en pensioeningangsdatum leiden.


*Alman Metten is zelfstandig onderzoeker en was lid van het Europees Parlement voor de PvdA. 2010, CBS: Arme vrouwen 6,7 jaar korter dan rijke.

** 2006 Kluwer. Van der Lecq en Steenbeek. Kosten en baten van collectieve pensioensystemen.